Als klein meisje heb je waarschijnlijk wel eens gezegd dat je droomde van een carrière als popprinses. Wie niet?! Maar voor Larissa (23) uit Hoofddorp, Agnes (28) uit Nijmegen en Asami (25) uit Tokio is die droom werkelijkheid geworden. Samen vormen ze SWEET REVENGE – een J-pop girlband die Engelstalige en Japanstalige popmuziek maakt.

De groep werd via een auditieproces met Afrojack geselecteerd uit maar liefst 10.000 kandidaten en groeide uit tot de eerste internationale J-popgroep in Japan. Toen de meiden in Nederland waren voor een optreden op Smèrrig, sprak ik ze over alles: van het mega lange auditieproces en Japanse fancultuur tot uitgaan in Tokio, beauty standards en daten als J-pop idol. Let’s go.


Auditie doen voor Afrojack

Voor Larissa begon het J-popavontuur thuis, casual op de bank. Ze was zestien toen ze in een uitzending van RTL Late Night een oproep voorbij zag komen van Afrojack en LDH Japan. De dj, echte naam Nick van de Wall, was net een nieuw bedrijf gestart in Rotterdam en wilde daarmee een wereldwijde popgroep vormen. Daarvoor organiseerde LDH Europe (de Europese tak van een succesvol Japans entertainmentbedrijf) een soort internationale Idols (maar het kwam niet als op tv, zoals The Voice of Idols)– met audities in onder meer Amsterdam, Rotterdam, Londen, de VS, Taipei en Japan.

“Het was mijn geheime droom om muziek te maken en artiest te worden,” vertelt Larissa. Agnes had op dat moment al meegedaan aan The Voice of Holland en studeerde aan het conservatorium. “Na The Voice wist ik zeker: Ik wil artiest worden.” Toen een docent haar tipte over dezelfde internationale auditie, dacht ze: 'waarom niet?' Een internationale artiestendroom had ze altijd al.

Dertig seconden om indruk te maken

De auditie zelf was allesbehalve casual. Uit zo’n 10.000 kandidaten wereldwijd kregen de meiden in de eerste ronde maar dertig seconden om zichzelf te bewijzen. "Je mocht zingen wat je wilde. Daarna stelde je jezelf voor: je naam, je leeftijd en welke talen je sprak." Wie doorging, belandde in een studioronde met Afrojack. "Ze gingen testen hoe je klonk en hoe goed je kon samenwerken," vertelt Agnes.

Daarna volgde ronde drie: een trainingskamp in Tokio, waar nog maar twaalf meisjes over waren. Daar ontmoetten ze Asami, die in Japan al sinds haar veertiende trainde om artiest te worden. “Ik zag Afrojack op een poster waarop stond dat hij een global group ging maken,” vertelt ze. “Omdat ik ook Engels spreek, wat best zeldzaam is in Japan, dacht ik: ik ga het proberen,” vertelt ze.

'Trainen, trainen, trainen'

En dat trainingskamp was next level. “We gingen er gewoon in, maar hadden eigenlijk geen idee wat we konden verwachten,” vertelt Larissa. Voor Larissa en Agnes was die wereld compleet nieuw. “Asami was al gewend om elke dag te trainen, en wij kwamen binnen als newbies die niet wisten wat er gebeurde.”

Twee weken lang draaide alles om trainen: elke dag naar de sportschool, zangtraining en danstraining. “Ik denk dat we maar één middag vrij hadden om Tokio te zien,” zegt Larissa. “Voor de rest was het trainen, trainen, trainen.”

Tussendoor moesten Larissa en Agnes ook wennen aan de Japanse showbizzcultuur. “Respect culture is echt een ding in Japan,” vertelt Agnes. “Er kwamen grote artiesten langs die wij niet kenden. Wij zeiden gewoon ‘hi’, en Asami zei: ‘Je moet opstaan, dit zijn echt grote artiesten.’”

De final showcase

Aan het einde van die weken moesten de meiden alles laten zien tijdens een final showcase. “Ik hield van die auditie, van die grind, van zó hard ergens aan werken en het dan aan het einde mogen laten zien,” vertelt Agnes.

Tijdens die showcase stonden ze voor Afrojack, de CEO van LDH en verschillende executives. Zij besloten wie door mocht naar de volgende fase — en dat betekende nog niet dat je automatisch in de groep zat. “Het ging niet om: wie komt er in de girlband?” legt Agnes uit. “Het ging om: wie mag beginnen met trainen? Wie kan dit proces aan? Wie houdt het vol?” Uiteindelijk werden er na de auditie ongeveer zes meiden gekozen om in Nederland verder te trainen.

Zes jaar lang trainen

Na het trainingskamp in Tokio begon het echte traject pas: zes dagen per week trainen in Rotterdam, zonder garantie op een debuut. En dat ging verder dan zang- en danslessen. “Je moet een fit lichaam behouden en je had een personal trainer die ook hielp met het voorkomen van blessures. Je moet echt sterker worden,” vertelt Agnes. Volgens Asami werden ze daarnaast wekelijks gewogen "om te zien wat je vet- en spierpercentage was" — vooral om hun vooruitgang op het gebied van voeding, sport en kracht te kunnen volgen.

Langzaam vielen er meiden af — niet via dramatische afvalrondes (gelukkig voor de meiden kwam dit niet op tv) — maar doordat sommigen zelf merkten dat het fysiek, mentaal of praktisch niet meer ging.

'Er was een tyfoon tijdens ons eerste concert'

Na zes jaar trainen — met tussendoor een flinke vertraging door COVID — was het dan ein-de-lijk zover: de meiden maakten hun debuut. “Ons allereerste optreden was in de zomer tijdens een festival, waar we openden voor een grote groep van ons bedrijf,” vertellen ze.

Alleen liep dat debuut nét iets dramatischer dan gepland. “Er was een tyfoon tijdens ons eerste concert,” vertelt Agnes. “We traden buiten op en het begon ineens te stormen. Stoelen vlogen weg, mensen waren aan het schreeuwen.”

“We hoorden onszelf niet eens zingen," zegt Larissa lachend. "Sindsdien gebruiken we ook altijd een bliksem-emoji voor onze social-media accounts, omdat het ons doet denken aan ons eerste optreden."

Japanse fancultuur

In Japan staan fans niet te blèren zoals wij dat in de Ziggo Dome soms doen (guilty as charged). “De grootste culture shock was hoe stil het publiek soms was. Hier merk je meteen of mensen plezier hebben. Daar wist ik dat in het begin niet zo goed," vertelt Agnes. Gelukkig betekende die stilte niet dat ze het niet leuk vonden. “Ze zijn gewoon wat verlegener. Maar dat is niet overal zo, hoor. In clubs na middernacht hadden we juist heel luid publiek.”

Ook de concertcultuur is anders. “In Japan zwaaien fans vaak met lightsticks,” vertelt Asami. Soms zelfs in de kleur van hun favoriete lid: paars voor Agnes, roze voor Larissa en zwart voor Asami.

Sommige fans zijn extreem loyaal. Zo vertelt Asami dat één fan haar al volgt sinds ze veertien was. “Ze komt altijd naar onze optredens en staat altijd in het midden met een bordje voor ons.” Agnes vult aan: “Het is heel leuk om steeds dezelfde fans te zien, en ook om te zien dat zij onderling vrienden worden.” De fans van SWEET REVENGE worden door de meiden Alibi’s genoemd. Logisch, want als je groep SWEET REVENGE heet, heb je natuurlijk een alibi nodig.

Beauty standaarden in Japan

Hoewel Japan eigen beauty standards heeft, voelen de meiden niet dat ze daar volledig aan moeten voldoen. “Omdat we een internationale groep zijn, is het niet alsof we aan de Japanse beauty standaarden moeten voldoen,” vertelt Agnes. “Het bedrijf laat ons daar vrij in. Ze hebben nooit gezegd: je moet er zo uitzien of je moet dit wegen.” Volgens haar zijn fans juist fan omdat ze anders zijn.

Asami herkent die druk wel uit haar trainee-tijd in Japan. “Toen zeiden ze bijvoorbeeld dat ik moest afvallen,” vertelt ze. “Maar nadat ik naar Nederland verhuisde, zag ik dat we allemaal zulke verschillende lichaamstypes hebben. Het kan gewoon niet allemaal hetzelfde zijn.” Toch blijven sommige cultuurverschillen grappig. Zo kreeg Larissa in Japan ineens vaak te horen dat ze een klein gezicht heeft. “Ik wist niet dat dat een ding was,” zegt ze. “In Nederland had niemand dat ooit tegen me gezegd.” Agnes lacht, "In Japan is dat echt een compliment. Ze houden gewoon van kleine dingen.”

Jezelf vinden als artiest

Vanuit mijn boyband-obsessie van vroeger vroeg ik me natuurlijk meteen af: hebben jullie ook vaste rollen in de groep, zoals de zangeres, de dancer of de visual? Volgens Agnes zijn die rollen bij SWEET REVENGE vooral vanzelf ontstaan. “Omdat we zo zelfstandig werken, moesten we eigenlijk onze eigen rollen creëren,” vertelt ze. Zo neemt Asami vaak de leiding bij dans, Agnes bij vocals en is Larissa hun 'queen of beauty'. “Ze helpt veel met visuals en make-up."

Toch was het vinden van die rollen niet altijd makkelijk. “Je wordt elke dag met jezelf geconfronteerd,” vertelt Agnes. “Als jij niet weet wie je bent, hoe moet de rest van de wereld dat dan weten?” Vooral tijdens de training vond Larissa dat lastig. “Ze vroegen steeds: wie ben jij in de groep? En ik wist het gewoon niet.” Inmiddels voelt dat veel natuurlijker, en juist daarom zijn de meiden blij dat ze iets later (uhum, na 6 jaar trainen) debuteerden. “Niemand vertelde ons wie we moesten zijn. We moesten het zelf uitzoeken, maar nu voel ik me het meest mezelf,” vertelt Larissa.

Daten als J-pop idol

Een vraag die bij mij meteen opborrelde was: mag je wel publiekelijk daten als J-pop idol? Dat mag bij SWEET REVENGE gewoon, maar wel privé. “We mogen technisch gezien daten, maar niet publiekelijk,” vertellen de meiden. “Je post niemand op je story of op je feed.” Volgens Larissa is het in Japan vrij normaal dat artiesten hun liefdesleven buiten beeld houden. “Vaak kondigen artiesten het pas aan als ze gaan trouwen. Voor de rest is het alsof je single bent.”

Uitgaan als J-pop idol

Uitgaan mag dus gewoon — en in Tokio is het volgens de meiden soms zelfs onderdeel van het werk. “We zijn pro's at clubbing,” lacht Agnes. “Maar daar hebben we ook zoveel van ons netwerk opgebouwd.” Waar je in Nederland eerder afspreekt voor koffie of lunch, gebeurt netwerken in Japan vaak ’s avonds. "Je wordt dronken en dan maak je deals," lacht Asami.

Toch blijven de meiden zich bewust van hun imago. “We gaan niet té crazy, omdat we altijd met z’n drieën zijn,” vertelt Larissa. “We letten op elkaar. Als iemand te dronken is, zeggen we: we gaan naar huis.” Want hoewel uitgaan in Tokio normaal is, ligt de tabloidcultuur altijd op de loer. “Als iemand foto’s zou maken, kan dat nieuws worden en staat her de volgende ochtend op de tabloids. Iedereen gaat uit, dus dat is niet per se erg — je moet alleen voorzichtig zijn.”

Een Nederlandse fanclub? Yes please

Hoewel SWEET REVENGE vanuit Tokio werkt en de meiden vooral in Japan aan hun carrière bouwen, hopen ze ook in Nederland steeds meer fans te krijgen. “We willen natuurlijk wereldwijd gaan,” vertelt Agnes. “Maar omdat Larissa en ik uit Nederland komen, willen we ook dat Nederland ons beter leert kennen.” Hun optreden op Koningsdag voelde daarom extra persoonlijk. “Dit was echt perfecte timing om ons verhaal te vertellen,” zegt Larissa.