1. Jij wil dingen met hem/haar plannen.

Hij/zij niet met jou.

2. Jij bent degene die altijd als eerste iets laat horen.

Hij/zij niet.

3. Jij wilt je crush graag meeslepen naar vriendinnen en familie.

Hij/zij jou niet.

4. Jij doet aan koosnaampjes.

Hij/zij niet.

5. Jij wilt alles van je crush weten.

Hij/zij niet van jou.

6. Jij zoekt bevestiging.

Hij/zij niet.

7. Jij geeft doordachte presentjes.

En je crush… Nou ja. Dat dus.