De term 'transgender' hoor je vast regelmatig, maar dat betekent niet automatisch dat iedereen precies weet wat het inhoudt. Tussen nieuwsberichten, discussies op social media en gesprekken over genderidentiteit kan het voelen alsof je nét een belangrijk stukje informatie mist — of kun je bang zijn dat je per ongeluk de verkeerde termen gebruikt. Gelukkig hoeft begrijpen wat transgender betekent helemaal niet zo ingewikkeld te zijn als het internet soms doet lijken.
Gender is uiteindelijk heel persoonlijk en er bestaat niet één ‘juiste’ manier om transgender te zijn. Misschien wil je een vriend beter begrijpen, een dierbare ondersteunen of simpelweg meer leren over de wereld om je heen. Wat je reden ook is: een basiskennis van transgender identiteit maakt gesprekken een stuk minder spannend — en een stuk inclusiever.
Wat betekent transgender?
De term transgender is een identiteitslabel voor mensen van wie de genderidentiteit niet overeenkomt met het geslacht dat hun bij de geboorte werd toegewezen, legt therapeut en lhbtiq+-voorlichter Zoe Stoller uit. Je hoort transgender ook vaak afgekort als trans. Het voorvoegsel trans- betekent ‘aan de andere kant van’ of ‘voorbij’ en verwijst in dit geval naar het verschil tussen iemands genderidentiteit en het toegewezen geslacht bij de geboorte.
Mis dit niet
Speciaal afgestemd op jouw voorkeuren
Meld je aan voor gepersonaliseerde verhalen“Gender is ontzettend breed en ‘trans’ is een overkoepelende term die ruimte kan bieden aan al die verschillende ervaringen,” vertelt Michelle. “Het is niet één specifieke identiteit, maar een brede categorie waar veel verschillende mensen onder kunnen vallen.”
Onder de transgender paraplu vallen onder anderen trans mannen, trans vrouwen en veel non-binaire identiteiten. Toch identificeert niet iedereen van wie de genderidentiteit afwijkt van het toegewezen geslacht zich ook als transgender — en dat is helemaal oké. Het juiste label is altijd het label dat voor de persoon zelf goed voelt.
Wat is het verschil tussen sekse en gender?
Hoewel de termen vaak door elkaar worden gebruikt, betekenen sekse en gender niet hetzelfde. Sekse verwijst naar de lichamelijke kenmerken op basis waarvan iemand bij de geboorte wordt ingedeeld, terwijl gender gaat over iemands innerlijke gevoel van wie diegene is.
Je kunt ook de afkortingen AFAB en AMAB tegenkomen. AFAB staat voor assigned female at birth en AMAB voor assigned male at birth: bij de geboorte als vrouwelijk of mannelijk toegewezen. Deze termen beschrijven dus niet iemands huidige genderidentiteit, maar alleen hoe diegene bij de geboorte werd geregistreerd. En hoewel baby’s meestal als mannelijk of vrouwelijk worden ingedeeld, is ook sekse niet altijd binair: intersekse mensen bestaan namelijk ook.
Zodra je dit onderscheid begrijpt, wordt veel andere terminologie meteen duidelijker. Termen als non-binair, genderfluid, genderqueer en gendernon-conform beschrijven allemaal verschillende ervaringen of uitingen van gender. Ze zijn niet onderling uitwisselbaar en betekenen ook niet automatisch dat iemand transgender is.
De transgender paraplu
“Gendernon-conform zijn betekent dat je je niet verbonden voelt met de traditionele, aangeleerde verwachtingen van hoe gender eruit zou moeten zien — bijvoorbeeld hoe een man of vrouw zich hoort te kleden, gedragen of door de wereld hoort te bewegen,” legt Michelle uit. “Het gaat over expressie, niet per se over identiteit. Je kunt gendernon-conform en cisgender zijn, maar ook gendernon-conform en trans. Soms overlappen die ervaringen, maar ze beantwoorden verschillende vragen: transgender gaat over wie je bent, gendernon-conform gaat over hoe je jezelf uit.”
Volgens Stoller vallen zowel binaire identiteiten — zoals trans mannen en trans vrouwen — als veel non-binaire identiteiten onder de transgender paraplu. Maar opnieuw: niet iedereen bij wie het gender verschilt van het toegewezen geslacht gebruikt het label trans. Net als bij ieder ander onderdeel van je identiteit is ieders relatie met gender uniek.
Hoe ziet transgender zijn eruit?
First things first: ondanks de tussenkop hierboven bestaat er niet één bepaalde manier waarop je er als transgender persoon ‘uitziet’.
“Wat mensen hiermee vaak eigenlijk bedoelen, is of iemand ‘doorgaat’ voor cisgender en of diegene ervoor kiest om diens trans-zijn met anderen te delen,” vertelt Michelle. “Dat zijn persoonlijke beslissingen die te maken kunnen hebben met privacy en veiligheid. Het zijn geen voorwaarden om trans te mogen zijn. Iemands transgender identiteit is niet meer of minder echt op basis van hoe gemakkelijk een buitenstaander die kan herkennen.”
Transgender zijn wordt volgens Stoller niet bepaald door operaties, medische behandelingen of andere uiterlijke mijlpalen. Het enige wat iemand nodig heeft om zichzelf transgender te mogen noemen, is het gevoel dat het label goed beschrijft wie diegene is. Voor veel mensen voelt die identiteit enorm bevestigend, ongeacht of ze ooit besluiten om in transitie te gaan.
Wat betekent het om in transitie te gaan?
In transitie gaan verwijst simpel gezegd naar het proces waarbij iemand diens leven meer in overeenstemming brengt met de eigen genderidentiteit.
“Het is belangrijk om te beseffen dat een transitie geen checklist is,” vertelt Michelle. “Sommige mensen kiezen voor hormonen of operaties, anderen richten zich op sociale of juridische veranderingen en weer anderen nemen helemaal geen van die stappen. Al die routes zijn compleet en geldig.”
Een transitie ziet er voor iedereen anders uit, maar wordt meestal verdeeld in een aantal categorieën:
Sociale transitie: het veranderen van bijvoorbeeld je naam, voornaamwoorden, kleding, kapsel of de manier waarop je jezelf aan anderen presenteert.
Medische transitie: behandelingen zoals hormoontherapie of genderbevestigende operaties. Niet iedereen wil of kan een medische transitie ondergaan.
Juridische transitie: het aanpassen van officiële documenten, zoals een rijbewijs, paspoort of geboorteakte, zodat deze beter aansluiten bij iemands genderidentiteit.
Sommige mensen kiezen ervoor hun uiterlijk meer in overeenstemming te brengen met hun genderidentiteit, omdat het bevestigend — en soms zelfs levensreddend — kan zijn om als hun authentieke zelf gezien te worden, legt Stoller uit. Anderen gaan niet in transitie of kunnen dit niet vanwege persoonlijke, financiële of veiligheidsredenen. Hun genderidentiteit is daardoor absoluut niet minder geldig.
Hoe gebruik je het woord transgender?
Nu je weet wat transgender betekent, is het ook goed om te weten hoe je de term gebruikt. Volgens Michelle is transgender een bijvoeglijk naamwoord en geen zelfstandig naamwoord.
“Je zegt ‘een transgender persoon’ of ‘transgender mensen’, maar niet ‘een transgender’ of ‘de transgenders’,” legt ze uit. “Het werkt zoals ieder ander beschrijvend woord. Je zou iemand ook niet ‘een lange’ noemen, dus bij transgender geldt dezelfde zorgvuldigheid.”
Volgens Stoller is het daarnaast belangrijk om niet aan te nemen dat iemand transgender is, tenzij diegene dat zelf met je heeft gedeeld. Zelfs wanneer jij denkt dat iemands genderidentiteit technisch gezien onder de transgender paraplu valt, beslist de persoon zelf welke labels het meest kloppend en bevestigend voelen. Gebruik bij twijfel altijd de woorden waarmee iemand zichzelf omschrijft.
Wat is het verschil tussen een trans man en een trans vrouw?
Een van de meest voorkomende misverstanden gaat over het verschil tussen een trans man en een trans vrouw.
“Een trans man is iemand die bij de geboorte als vrouwelijk werd toegewezen en zich identificeert en leeft als man. Een trans vrouw werd bij de geboorte als mannelijk toegewezen en identificeert en leeft als vrouw,” legt Michelle uit.
Dat verschil is belangrijk, omdat de termen beschrijven wie iemand ís — niet wie iemand vroeger zou zijn geweest. Trans mannen zijn mannen en trans vrouwen zijn vrouwen. Het woord trans geeft extra context over iemands genderervaring, maar verandert niets aan diens gender.
Sommige trans mannen en trans vrouwen identificeren zich volledig binnen de traditionele binaire verdeling van man en vrouw, terwijl anderen zich ook verbonden kunnen voelen met non-binaire ervaringen, merkt Stoller op. Ook hierbij bestaat er niet één juiste manier om transgender te zijn of jezelf te omschrijven.
Welke voornaamwoorden gebruik je?
Het antwoord is eigenlijk heel simpel: gebruik de voornaamwoorden die iemand je vraagt te gebruiken.
Mensen — zowel transgender als cisgender — kunnen de voornaamwoorden gebruiken die voor hen het meest bevestigend voelen. Dat kunnen ook meerdere sets voornaamwoorden of neopronouns zijn. Hoewel bepaalde voornaamwoorden vaak met specifieke genders worden geassocieerd, vertellen ze je niet altijd wat iemands genderidentiteit is.
Weet je niet welke voornaamwoorden iemand gebruikt? Dan mag je dat gewoon op een beleefde manier vragen. Gebruik je per ongeluk het verkeerde voornaamwoord, bied dan kort je excuses aan, verbeter jezelf en ga verder. Je hoeft er geen enorm moment van te maken.
Op wie vallen transgender mensen?
Een andere veelvoorkomende misvatting is dat transgender zijn iets zegt over op wie iemand valt. Dat is niet zo.
Genderidentiteit en seksuele oriëntatie zijn twee compleet verschillende dingen — en beide verschillen ook weer van romantische oriëntatie, legt Michelle uit. Genderidentiteit beschrijft wie iemand is, terwijl seksuele oriëntatie gaat over tot wie iemand zich aangetrokken voelt.
Transgender mensen kunnen dus hetero, homo, lesbisch, biseksueel, panseksueel of aseksueel zijn, of iedere andere seksuele oriëntatie hebben — net als cisgender mensen.
Net als genderidentiteit is seksualiteit heel persoonlijk. Labels kunnen volgens Stoller behulpzaam zijn, maar vangen niet altijd de volledige ervaring van iemand. Daarom kun je het beste de taal gebruiken die de persoon zelf kiest.
Hoe kun je een betere ally zijn voor transgender mensen?
Een goede lhbtiq+-ally zijn betekent niet dat je onmiddellijk alle antwoorden moet hebben. Het begint met luisteren, openstaan om te leren en transgender mensen behandelen met hetzelfde respect dat jij zelf ook wilt ontvangen.
Gebruik de naam en voornaamwoorden die iemand je vraagt te gebruiken en trek geen conclusies op basis van iemands uiterlijk of genderidentiteit. Een trans man kan hij/hem gebruiken, een trans vrouw zij/haar en een non-binair persoon die/diens of hen/hun — maar iemand kan ook andere voornaamwoorden kiezen. Vraag het beleefd wanneer je het niet zeker weet.
Respecteer daarnaast de privacy van anderen. Niet iedere transgender persoon wil praten over diens transitie, medische geschiedenis of lichaam — en niemand is verplicht jou die informatie te geven. Verwacht ook niet dat de transgender mensen in je omgeving al je vragen voor je beantwoorden. Neem zelf het initiatief om je te verdiepen via betrouwbare organisaties, zoals GLAAD.
Je kunt ook het woord transseksueel tegenkomen, vooral in oudere boeken, artikelen of medische teksten. Sommige transgender mensen hebben deze term voor zichzelf teruggeclaimd, maar volgens Stoller wordt het woord over het algemeen als ouderwets en sterk gemedicaliseerd beschouwd. Veel mensen ervaren het zelfs als kwetsend. Gebruik de term daarom alleen wanneer iemand zelf duidelijk heeft aangegeven dat dit het label is dat diegene gebruikt.
Onthoud vooral dat de ervaring van iedere transgender persoon anders is. Luisteren, de gekozen woorden van anderen respecteren en open blijven staan om te leren brengen je al een heel eind.
Wat als je twijfelt over je eigen genderidentiteit?
Lees je dit artikel omdat je je afvraagt of het woord transgender misschien bij jou past? Weet dan dat je vandaag nog niet alles hoeft te hebben uitgezocht. Genderidentiteit is geen toets waarvoor je kunt slagen of zakken en er bestaat geen deadline waarop je precies moet weten wie je bent.
Er is volgens Stoller niet één manier om transgender te zijn, omdat ieders relatie met gender anders is. Sommige mensen gaan sociaal, medisch of juridisch in transitie, terwijl anderen helemaal niet in transitie gaan. Geen van die ervaringen maakt iemands identiteit meer of minder echt.
Wil je ondersteuning? Dan kan het helpen om te praten met een therapeut die ervaring heeft met lhbtiqia+-onderwerpen, contact te zoeken met vrienden of familieleden die je vertrouwt of informatie te bekijken van organisaties zoals The Trevor Project. Je hoeft vragen over je identiteit niet helemaal alleen uit te zoeken.
Zoals Michelle het omschrijft: “Gender is breed. Punt.”
Het belangrijkste is niet dat je precies binnen de definitie van iemand anders past, maar dat je jezelf de ruimte geeft om te ontdekken wat voor jou authentiek voelt.













