Ik geef het toe: realitytelevisie heeft mijn hart. Lucky me dat we er tegenwoordig mee worden overspoeld. Love Island, Married at First Sight, B&B Vol Liefde en De Bachelor – I’m sat, en ik ben niet de enige. Maar zelfs ik merkte dat ik bij Paradise Hotel soms met samengeknepen billen keek – met name om hoe ongemakkelijk, pijnlijk en ronduit toxic het werd.
Paradise Hotel liet me in shock achter
De finale van Paradise Hotel liet me niet meteen los. Niet per se omdat een zeker iemand in zijn uppie voor het geld koos – dat is tenslotte het spel – maar omdat de weg ernaartoe liet zien hoe ver je blijkbaar kunt gaan. En hoe emotionele manipulatie wordt ingezet om koste wat kost te winnen.
Wat zich afspeelde tussen Chinouk en Mert liet veel kijkers met een ongemakkelijk gevoel achter. Niet alleen omdat hij in de finale de bal kapot gooide en met 20.000 euro vertrok, maar vooral door alles wat daaraan voorafging.
Mis dit niet
Speciaal afgestemd op jouw voorkeuren
Meld je aan voor gepersonaliseerde verhalenGedrag dat normaal gesproken wordt gezien als oprecht en romantisch – soms zelfs een beetje té, maar daarover later meer – bleek achteraf onderdeel van een spel. Grote liefdesverklaringen. Toekomstplannen. Een ring. Gesprekken over het leven buiten het programma. Zelfs kinderen. Nog niet gesproken over de lichamelijke intimiteit en intense uitspraken over "hoe snel hij haar moeder zou maken".
Achteraf bleek het allemaal onderdeel van zijn strategie. En alsof ze nog niet genoeg schade had opgelopen, kwam daarna het volgende hoofdstuk: zij kreeg basically de schuld.
Van clear-coding tot friendfluencing: deze datingtrends staan ons te wachten in 2026 >
Emotionele manipulatie
Na de finale vertelde Mert namelijk dat zijn keuze óók aan Chinouk lag. Een moment waarop zij aangaf dat hij zijn shirt niet zomaar aan een andere vrouw zou moeten uitlenen – of iets in die trant – zou de druppel zijn geweest. Vanaf dat moment zou hij haar niet meer als "zijn toekomstige vriendin" hebben gezien. Ook zou hij haar hebben gezegd dat ze een "te grote mond" had.
Als klap op de vuurpijl werd het verhaal dus ineens verschoven. Hij had plots niet meer alleen "gelogen om te winnen", maar "zij deed ook iets verkeerd, dus dit was onvermijdelijk". Een typisch staaltje gaslighten – het soort waarbij je achteraf bijna gaat twijfelen of jij inderdaad het probleem was.
Love bombing
Het gedrag dat we zagen, past opvallend goed binnen patronen die we buiten reality-tv steeds beter leren herkennen. Eerst love bombing: iemand idealiseren, intens claimen en een gezamenlijke toekomst schetsen. Daarna future faking: beloftes die nooit bedoeld waren om waargemaakt te worden. En zodra de ander zich uitspreekt of grenzen stelt, volgt het omdraaien van de rollen.
Ik weet het, de boel is enigszins te verdedigen, want "het is maar een spel". In zo'n setting wordt opluikende liefde dus een soort middel; iets wat je verder kan brengen. Maar wat hier schuurt, is dat het niet alleen gaat om doen alsof je verliefd bent, maar vervolgens ook om controle over het narratief. A.k.a.: iemand overladen met liefde en bevestiging, daarna diezelfde persoon verantwoordelijk maken voor jouw verraad. Dat noem ik emotionele manipulatie. Punt.
Waar wordt een grens getrokken?
At the end of the day draait het, hoe je het ook wendt of keert, nog altijd om menselijke relaties. Realitytelevisie wordt veel bekeken door een jong publiek. Jonge mensen die nog aan het ontdekken zijn hoe liefde hoort te voelen, waar grenzen liggen en wat gezond is. En zij zien week na week – niet alleen in Paradise Hotel trouwens – hoe extreem (ziek) gedrag wordt genormaliseerd, zolang het maar slim wordt verpakt. Want ja: "de boys" vonden het vooral heel cool hoe Mert het spel speelde.
Sterker nog: het spel leert dat empathie een risico is en manipulatie juist een voordeel. Dat je iemand emotioneel kan breken en daar vervolgens ook nog een soort van je gelijk in kan claimen. Oh, én je mag het laatste woord hebben. Liefde inzetten als strategie is misschien slimme en juicy televisie, maar het normaliseert gedrag dat we in het echte leven terecht toxic zouden noemen.
Misschien ben ik te soft – maar dit vind ik té pijnlijk en niet meer entertaining. Hebben reality-datingshows hun beste tijd gehad? Of zijn we gewoon vergeten waar de grens ligt?











