Voor de deuren van cultuurcafé Leidse Lente stonden afgelopen week geen gewone theaterbezoekers, maar actievoerders van Dolle Mina Leiden — mét kotszakjes in de hand. De aanleiding hiervoor was Trigger Warning, de voorstelling van cabaretier Rogier Kahlmann die die avond in het Leidse cultuurcafé te zien was.

Met de kotszakjes wilden de Dolle Mina’s bezoekers ondersteunen, “voor als ze overspoeld worden door een golf van misselijkheid". Julie de Graaf (35) sloot zich in november aan bij Dolle Mina Leiden en was medeorganisator van het protest. Namens Cosmopolitan bel ik haar op om verder te praten over de actie — en over waarom dit soort grappen volgens haar allesbehalve onschuldig zijn.

Waarom protesteerden de Dolle Mina’s?

De actievoerders kwamen de show op het spoor via andere Dolle Mina-groepen en besloten in te grijpen toen bleek dat de voorstelling ook in Leiden een podium kreeg. De cabaretier noemt zijn shows zelf ‘politiek incorrect’ en maakt grappen over onder meer verkrachting, femicide en andere onderwerpen waar je volgens hem tegenwoordig ‘gecanceld’ voor zou worden. “Femicide is wanneer een man een vrouw vermoordt omdat ze vrouw is. Toen dacht ik: dat is toch best een goede reden?” luidt een van de grappen uit de voorstelling. Ook verkoopt hij merchandise met teksten als ‘de loonkloof is terecht’ en ‘vrouwen stemrecht geven was een fout’.

“Kijk, als dit puur een kwestie van smaak zou zijn geweest, dan zouden we hier natuurlijk niet tegen gaan demonstreren,” zegt Julie. “De kern van het probleem is: wat hier gebeurt, is schadelijk.” Volgens haar gaat het daarbij niet alleen om de grappen zelf, maar ook om de plek die ervoor wordt vrijgemaakt. “Theaters bieden hier een podium voor het normaliseren van haat, van verkrachting, van femicide, racisme, seksisme en noem het maar op.”

"Hier wordt het slachtoffer als punchline gebruikt"

Julie benadrukt dat Dolle Mina niet tegen scherpe of schurende humor an sich is. “Harde schurende grappen binnen het cabaret mogen en kan je zelfs gebruiken om maatschappelijke problemen aan te kaarten, maar dat is hier eigenlijk niet aan de orde,” vindt ze.

Volgens haar zit het verschil in de richting van de grap: “Hij humaniseert daders van verkrachting, van moord" en “hier wordt het slachtoffer als een punchline gebruikt.” Volgens Julie gaat het daarbij niet om censuur of het inperken van vrijheid van meningsuiting. “Vrijheid van meningsuiting is natuurlijk een heel groot goed,” zegt ze. “Dat mag, maar dat betekent niet allemaal dat het ook allemaal geaccepteerd hoeft te worden. Je mag zeggen wat je wil, maar je mag ook worden teruggefloten op hetgeen je zegt.”

Een intiem protest met verschillende reacties

Volgens Julie was het protest bewust kleinschalig en bedoeld om een boodschap over te brengen, niet om de show te verstoren. De groep stond buiten terwijl bezoekers naar binnen liepen, hield aan het begin van de show hun protestwoorden tegen het raam en vertrok daarna weer. “We hebben geprobeerd om onze boodschap over te laten komen zonder een persoonlijk aanval te doen op mensen die daar waren.”

De reacties liepen volgens haar uiteen van ontwijkend tot openlijk vijandig. Sommige bezoekers keken naar beneden en liepen snel door, anderen gingen de discussie aan of vonden de actie respectloos. In de reportage van Omroep West is volgens Julie ook te zien dat “één van de bezoekers van de voorstelling een brandende peuk richting een van de demonstranten werpt”. Voor haar laat dat zien hoe snel minachting kan omslaan in agressie.

De piramide van geweld

In het gesprek verwijst Julie naar de piramide van geweld: het idee dat geweld niet uit het niets ontstaat, maar wordt voorafgegaan door uitingen die haat, vernedering en ontmenselijking steeds normaler maken. In die redenering staan zogenaamd kleine dingen, zoals discriminerende opmerkingen of “grapjes”, niet los van grotere vormen van agressie. Volgens Julie is dat precies waarom dit soort humor niet onschuldig is. “Waarbij wat in eerste instantie een grapje lijkt, een traptrede naar geweld kan worden.”

“Ga je dit een platform geven?”

Uiteindelijk wil Julie de aandacht liever verleggen van de maker naar de plekken die hem programmeren. “Ik denk dat het echt belangrijk is om de podia te vragen: wat wil jij laten zien? Waar wil jij je naam mee verbinden?” zegt ze. “Ik zou heel graag elke kans die ik krijg willen aangrijpen om theaters en podia aan het denken te zetten.” Want volgens haar draait de kernvraag uiteindelijk niet alleen om wat er op het podium wordt gezegd, maar ook om wie daar ruimte voor maakt: “Ga je dit een platform geven?”