Waarom zijn vrouwen van kleur keer op keer het mikpunt van online haat? Van Olandria bij Love Island USA tot I Am Aisha bij Echte Meisjes in de Jungle en Amijé in Expeditie Robinson: de comments zijn sneller, feller en onevenredig hard als je het naast de behandeling van witte vrouwen en mannen legt. Cosmo spreekt daarom met antiracisme-onderwijzer en diversiteitsmakelaar Chanel Matil Lodik over dit patroon binnen media – en wat we eraan kunnen doen.
Villainizing vrouwen van kleur
Reality-tv is onwijs populair. Miljoenen mensen kijken, praten en scrollen mee. Het genre draait op conflict en duidelijke verhaallijnen: er is altijd een publieksheld en vaak een ‘moeilijke’ kandidaat. Spannende momenten worden uitvergroot, emoties krijgen een soundtrack en zo ontstaat er al snel een rolverdeling.
Maar wie wordt opvallend vaak de gelabeld als ‘boos’ of ‘agressief’? Neem Olandria in Love Island USA, die tijdens een verhitte discussie haar grenzen aangaf en haar stem verhief – iets wat in dat programma vaker gebeurt – maar online werd weggezet als 'te veel' of 'intimidating'. Of Amijé in Expeditie Robinson, die het spel tactisch speelde en strategische keuzes maakte – gedrag dat bij mannelijke kandidaten vaak als slim en competitief wordt geprezen – maar bij haar sneller werd geframed als gemeen of manipulatief. Waar witte deelnemers fel én gelaagd mogen zijn, worden vrouwen van kleur sneller vastgezet in één frame. Eén moment kan genoeg zijn om wekenlang als ‘de villain’ te gelden.
Mis dit niet
Speciaal afgestemd op jouw voorkeuren
Meld je aan voor gepersonaliseerde verhalenDe tekst gaat verder onder de video.
Maar het gaat verder dan reality-tv
Dit patroon beperkt zich niet tot reality-tv, maar raakt ook de bredere mediawereld: zo werd het onlangs ook zichtbaar aan een talkshowtafel. Marokkaans-Nederlandse cabaretier Soundos El Ahmadi was te gast bij de Vlaamse VRT-talkshow De Afspraak, waar het ging over onveiligheid voor vrouwen. Toen zij daar stellig haar ruimte nam, verschoof de aandacht razendsnel van de inhoud naar haar toon en vermeende ‘vijandige houding’. Het fragment ging viral en de generaliserende reacties volgden voorspelbaar snel.
Opvallend genoeg kwam steun uit onverwachte hoek – zo gaf René van der Gijp van Vandaag Inside haar gelijk – terwijl juist de Vlaamse mediapersoonlijkheid Goedele Liekens haar toon ‘niet gepast’ vond. Het laat zien dat dit patroon niet alleen door anonieme trolls wordt gevoed. Ook gevestigde mediastemmen – en ja, ook andere vrouwen – kunnen eraan bijdragen.
Onevenredig veel digitale haat
“De haat naar vrouwen van kleur komt voort uit raciale- en genderstereotypen: dit betekent én vrouw zijn én van kleur zijn” zegt Chanel. "De manier waarop de maatschappij omgaat met mensen die binnen die groep vallen, maakt hen extra kwetsbaar." En dat is niks nieuws: Amnesty International rapporteerde in 2018 al dat zwarte vrouwelijke journalisten en politici 84 procent meer kans hebben om misbruikende of haatdragende tweets te ontvangen dan witte vrouwen.
Uit recente rapporten van UN Women blijkt dat technologie-gedreven geweld tegen vrouwen alleen maar groeit, mede door de opkomst van online misogynistische netwerken. En vooral vrouwen van kleur, jonge vrouwen en vrouwen in de publieke sfeer krijgen te maken met onevenredig veel digitale haat.
Hoe we dit patroon in stand houden
Volgens Chanel begint dit niet bij een haatcomment, maar bij iets wat minder zichtbaar is: impliciete bias. “Als mens hebben we allemaal een impliciete bias die wordt bevestigd door de makers van bijvoorbeeld reality-tv, door de manier waarop zij dingen monteren.” Dit zijn de onbewuste vooroordelen waar we continu mee worden gevoed.
Wanneer een fragment aansluit bij zo’n (onbewust) vooroordeel, voelt dat als bevestiging. “Dan is het: zie je? Het is precies zoals ik al dacht.” Chanel noemt dat proces “stereotype-activatie, selectieve bevestiging en narratiefvorming.” Met andere woorden: een moment wordt als ‘typisch’ gezien, montage benadrukt dat moment en voor je het weet is er een verhaal ontstaan. Zij is de agressieve. Zij is de lastige. Zij is ‘te veel’.
Diezelfde bias verklaart waarom assertiviteit bij vrouwen van kleur sneller als agressie wordt gelezen. “Als vrouw van kleur, als Zwarte vrouw, als je assertief bent, als je leiderschap toont – wat we bij witte mannen als krachtig zien – vinden mensen je al een bitch.” Het gedrag is hetzelfde, maar de interpretatie verschilt.
Microagressie als een constante druppel
Online uit impliciete bias zich zelden in openlijk racisme, maar veel vaker in microagressies – subtiele opmerkingen die ogenschijnlijk onschuldig klinken, maar wél iets bevestigen. Denk aan: “Waarom ben je zo boos?”, “Je trekt de racisme-kaart”, “Je bent zo fel.” Volgens Chanel zijn dat geen losse reacties, maar onderdeel van een patroon. “Microagressie is niet een groot explosief incident. Het is een soort van constante druppel die steeds hetzelfde stereotype bevestigt. Totdat uiteindelijk het publiek het als waarheid gaat zien.”
Omdat veel mensen bij racisme nog steeds denken aan expliciete beledigingen, blijven deze subtielere vormen vaak onder de radar. “Microagressies zijn moeilijker te herkennen – al helemaal als je het zelf niet ervaart. Daarnaast beschermt ontkenning je zelfbeeld. Het is comfortabeler om te denken: het valt wel mee.”
Hoe we het villain-narratief wel doorbreken
Als we begrijpen hoe dit villain-narratief ontstaat, volgt de vraag: wat kunnen we doen? Volgens Chanel begint het bij meer dan alleen goede intenties: “Je moet ervoor zorgen dat je bewust bent over de verkeerde behandeling die iemand krijgt. En dat je dan ook actief daartegen gaat strijden binnen jouw kunnen. Dat wil zeggen: reflecteer eerst op je eigen bias. Als je je bewust bent van hoe je denkt, is het ook belangrijk om actief tegen die bias te werken. Spreek je uit wanneer je het bij anderen ziet, maar wees ook kritisch op jezelf wanneer je merkt dat het in je eigen denken zit. Ga niet automatisch mee in die villain-naratieven: wees kritisch op wat je consumeert, liket, deelt, reageert. Dat is engagement en krijgt dan een groter platform.” Solidariteit zit dus niet alleen in wat je zegt, maar ook in wat je versterkt.
Ook bij media platforms is bewustwording niet genoeg: "een workshop over onbewuste vooroordelen volgen is the bare minimum. Redacties, programmamakers en platforms moeten anders gaan werken. Dat betekent bewuster monteren, eerlijker zijn over hoe verhalen worden geframed, sneller ingrijpen bij online haat – ook als die subtiel is – en stoppen met het extra belonen van negatieve of opruiende content", zegt Chanel.
Uiteindelijk komt het neer op iets simpels: vrouwen van kleur moeten niet alleen worden gezien als rel, stereotype of discussiepunt. Zoals Chanel het zegt: “vrouwen van kleur moeten worden getoond als mens, met nuances, met complexiteit, met kwetsbaarheid. Deze vrouwen zijn niet alleen harde werkers of strijders, of slachtoffers van haat. Het zijn mensen.”






