Experts luiden de alarmbel: schurft is terug. En hoe. Sinds de periode ná de Corona-pandemie, is het aantal schurftbesmettingen flink toegenomen. Hoewel veel studenten lijden onder de eindeloze jeuk, wordt er nauwelijks een open gesprek over gevoerd. Lara (20) weet hier alles van. Ze had maandenlang schurft — en merkte dat het mentaal meer met haar deed dan ze vooraf had verwacht.
Rode plekjes op Lara's polsen
Wat doe je als je midden in je studentenleven zit, net verhuisd bent naar een nieuwe stad, en ineens merkt dat je overal jeuk hebt? Voor Lara begon het met een paar rode plekjes op haar polsen. “Op een gegeven moment zei een vriendin: ‘Jongens, ik heb schurft.’ Toen werd het ineens duidelijk dat ik het ook had,” vertelt ze. “Eerst voelde het heel ver van me af – alsof schurft iets was dat alleen in het harde studentenleven voorkomt,” voegt Lara toe.
Hoewel de Amsterdamse GGD aan het Parool laat weten dat er een daling te zien is in het aantal huisartsconsulten over schurft, lopen er nog een hoop Nederlanders mee rond. Om precies te zijn: in het najaar van 2025 waren dat 20 schurftconsulten per 100.000 patiënten.
Mis dit niet
Speciaal afgestemd op jouw voorkeuren
Meld je aan voor gepersonaliseerde verhalenBehandelen tot je erbij neervalt
Toen de huisarts had bevestigd dat ze inderdaad schurft had, kon Lara aan de bak. Pillen en crème inslaan, alles op 60 graden wassen – van kleding tot make-uptasjes en haarelastiekjes – en natuurlijk alle vrienden waarschuwen waarmee ze kleding had gedeeld. “Omdat al mijn kleding in de was zat, kwam ik in januari met een of andere zomerjas aanlopen,” lacht ze.
Toch was het behandelproces erg zwaar voor Lara. “Ik woonde net in Amsterdam en had het enorm druk met mijn studie. Toch moest ik me gaan focussen op deze lange behandeling. De crème moet twaalf uur intrekken en het hele proces duurt een week. Daarna moet je 2-4 weken afwachten of je er daadwerkelijk vanaf bent,” vertelt ze. “Hier had ik ook gewoon echt geen tijd voor.”
Verder werd de druk van het goed uitvoeren van de behandeling, haar soms ook net te veel: “Je moet het 100 procent goed doen. Als je iets vergeet, zoals een sok die nog verstopt in je kast ligt, kan je weer opnieuw beginnen.”
Een klein beestje met een grote impact
Lara wilde niets liever dan haar sociale leven opbouwen in the big city. Maar in plaats van nieuwe mensen te ontmoeten, voelde ze zich juist best eenzaam. “Ik was geïsoleerd en voelde een soort schaamte, waardoor ik het niet aan mensen durfde te vertellen. Verder kon ik niemand knuffelen, kon ik niet lekker bij iemand op de bank zitten, omdat ik bang was om diegene te besmetten. Dus, ging ik maar aan iedereen vragen of ze buiten wilden afspreken, op een terras ofzo – in de winter.”
Vaak belde Lara in tranen met haar beste vriendinnen, omdat ze het zo moeilijk vond. De eindeloze jeuk, het niet weten wanneer het voorbij zou zijn en de eenzaamheid. Met anderen durfde ze het nauwelijks te delen. “Als je ziek bent en er heel erg mee zit, komt iedereen je beterschap wensen en is daar heel veel begrip voor. Maar schurft wordt snel gezien als iets raars waar mensen minder compassie voor hebben, omdat het wordt weggezet als een ‘vieze studentenplaag’.”
Toch is schurft veel meer dan dat: Hart van Nederland schrijft dat het niet alleen voorkomt in studentenomgevingen, maar ook kinderdagverblijven en verpleeghuizen.
24/7 alert blijven
Een jaar later blikt Lara terug op de vreselijke, jeukerige maanden. “Soms merk ik dat ik er nog steeds heel paranoïde door wordt. Als ik een keer jeuk heb of een klein rood plekje zie, gaan de alarmbellen al af.” De crème die ze moest gebruiken, is echt heftig voor je huid. Op de bijsluiter staat – no joke – dat als er een klein beetje van het medicijn in water terechtkomt, dit dodelijk kan zijn voor vissen. Niet bepaald het soort spulletje dat je geruststelt als je je al onzeker voelt over je huid, vindt ze.
Onderzoekers nemen actie
“Het was ontzettend frustrerend,” blikt Lara terug. “Ik dacht dat ik schurft had, maar mijn huisarts zei steeds van niet, terwijl het dat wél was.”
Precies daarom is er nu een nieuw onderzoek: ‘Schurft aan schurft’, geleid door Wilma Stok van de GGD en Erasmus MC. Ze willen samen voorkomen dat mensen zo lang rondlopen met schurft, zonder dat dit herkend wordt door huisartsen. Samen met de GGD Rotterdam Rijnmond, GGD Utrecht en GGD Amsterdam werken ze aan snellere manieren om schurft te herkennen.
Wat ze willen ontwikkelen? Een zelfdiagnosetest (denk bijvoorbeeld aan de coronatest die we een paar jaar geleden allemaal massaal in huis hadden), meer herkenningsbeelden voor artsen, een slimme AI-tool die kan helpen bij de diagnose én een app waarmee je je symptomen en behandeling kunt bijhouden.
Hopelijk wordt het zo makkelijker om schurft te herkennen, te behandelen – en het belangrijkste: erover te praten.










