Onderzoeksbureau Ipsos I&O maakte bekend dat bijna de helft van de samenleving erkent dat seksueel overschrijdend gedrag een groot probleem is, en dat 84 procent vindt dat iedereen een rol heeft in de aanpak van grensoverschrijdend gedrag. Maar ja, hoe werkt dat, met z'n allen zo'n probleem aanpakken? Rijksoverheid denkt dat het antwoord zit in een flink potje denken. Stel jezelf de vraag: wat vind jij? Tot waar is het leuk voor allebei?

Seksueel grensoverschrijdend gedrag

Zes op de tien vrouwen en twee op de tien mannen hebben in hun leven seksueel grensoverschrijdend gedrag – een spectrum dat gaat van vervelende seksuele opmerkingen tot ongewenste aanrakingen en allerlei vormen van seks tegen de wil – meegemaakt, aldus Rutgers (2023). Die zes op de tien vrouwen viel me nog bijna mee, want ik heb het idee dat iedereen van ons het wel kent: de hand van die collega die altijd precies op de verkeerde plek landt, een rare opmerking over je borsten tijdens je horecabaantje, de persoon tijdens een feestje die geen boodschap heeft aan het feit dat jij níét wil zoenen, een vieze grap als je staat te squatten in de sportschool... ik kan eeuwig doorgaan.

En heel eerlijk: vaak kijkt niemand er van op of om. Hoort erbij, toch?! Natuurlijk niet.

Mariëtte Hamer, regeringscommissaris seksueel grensoverschrijdend gedrag en seksueel geweld, weet het goed te verwoorden: “Verschillende vormen kunnen in elkaar over gaan. Vaak gaat het ook om ingesleten patronen in onze omgangsvormen. We zijn dingen gewoon gaan vinden, die dat helemaal niet zijn. Wie te maken krijgt met seksueel grensoverschrijdend gedrag kan zich heel onveilig voelen en gaan twijfelen aan zichzelf. Het raakt je in wie je bent als persoon.”

En, wil ik er zelf nog aan toevoegen: seksueel grensoverschrijdende opmerkingen zetten de deur op een kier (of wagenwijd open) voor meer seksueel overschrijdend gedrag.

Wat vind jij?

Soms is iemand gewoon een lul, en heb je niks met het (grensoverschrijdende) gedrag van een ander te maken. Victim blaming has no home here, laat dat heel erg duidelijk zijn, maar dat betekent natuurlijk niet dat je niet óók aan (zelf)reflectie kan doen. Want wat is grensoverschrijdend gedrag, en wat kan wel? Daar lijken we met z'n allen steeds onzekerder en angstiger over te worden. Daarom de campagne Met elkaar trekken we de grens: om door middel van (zelf)reflectie uit te vogelen of iets inderdaad vervelend is, of prima kan. Meestal weet je zelf namelijk al prima of datgene wat je wil zeggen oké is of niet. Dus vraag jezelf af: wat vind jij? Is het leuk voor allebei?

En mocht je er echt niet uitkomen, dan kan je het ook altijd vragen. Want dat is hoe we dingen oplossen: het onderwerp opengooien, het gesprek aangaan. Van elkaar leren en de ander begrijpen; je bewust zijn van andermans wensen en grenzen en respectvol met elkaar omgaan. En euhm... spreek je omgeving aan als er iets gezegd of gedaan wordt dat niet kan – dat is voor een omstander een stuk makkelijker dan voor het slachtoffer. Moet lukken, toch?